AdBlue

AdBlue is geen gevaarlijke stof volgens de vervoerswetgeving (ADR), maar is wel een bodembedreigende stof. Het is een ureum-oplossing die in een afzonderlijke tank op vrachtwagens wordt meegenomen om deze schoner te laten rijden. AdBlue wordt in de hete uitlaatgassen ingespoten om stikstofoxiden om te zetten in stikstof en water. Het is dus geen brandstof.

AdBlue is een bodembedreigende vloeistof waarvoor bodembeschermende voorzieningen noodzakelijk zijn. Opslag in emballage kan boven een vloeistofkerende vloer. Opslag in een bovengrondse tank moet plaatsvinden boven een lekbak of in een dubbelwandige tank met lekdetectie. Als er vul- en aftappunten zijn, moeten die zich bevinden boven een lekbak of vloeistofdichte vloer.

Bij type B bedrijven, zoals tankstations zonder verkoop van LPG, is artikel 4.18 van de Activiteitenregeling van toepassing op de opslag van AdBlue. Paragraaf 3.3.1 over het afleveren van vloeibare brandstof is dus niet op deze opslag van toepassing, omdat AdBlue geen brandstof is.

AdBlue wordt vooral verkocht op de grotere tankstations langs snelwegen, die meestal vanwege LPG verkoop vergunningplichtig zijn. Bij deze bedrijven moet in de milieuvergunning worden opgenomen dat bodembeschermende voorzieningen vereist zijn voor de opslag van AdBlue. Als een bedrijf AdBlue wil gaan opslaan en afleveren moet de milieuvergunning hierop worden aangepast. Als de milieuvergunning al bodembeschermende voorzieningen vereist voor alle aanwezige bodembedreigende vloeistoffen (en daarmee ook AdBlue), dan kan worden volstaan met een melding op grond van artikel 8.19 Wm.